Achter de dodenakker waar een keer wat jongens zaten en direct een hek verscheen. Waar een vrouw naar zeggen laatst een roerdomp zag. Aan de overkant waar tot voor jaren losgebroken haantjes kraaiden. Bij de dam van pas gestorte stenen die nu zogenaamd het weggebaggerd riet behoedt. Water dat in aangeslibde modder bergen vuilnis achterlaat. Stof-fijn poeder van bekenden dat hier langzaamaan verwaait.