Mijn laatste schot op doel was een punter, maar hij zat. We wonnen met 1-2 uit tegen god weet wie. Daarna ben ik van het voetballen afgegaan. Ik hield wel van de bal maar ik was ongelukkig op het veld. Ze lieten je nooit eens je gang gaan, al vloog je bijkans meters met de bal, je moest worden gestopt en gevloerd. Hard moest je zijn, tot alles in staat om je club de overwinning te bezorgen. Terwijl ik meende dat je ook best zou mogen juichen om een fraaie treffer van de tegenpartij. Het was dus niets voor mij en na die punter was het uit. Het werd voorjaar, het hek ging open, ik zou twaalf worden en vroeg voor mijn verjaardag een passerdoos.