Trots heerst hij over wereldzeeën. Zijn lot is maakbaar in natura, in afgedankte jerrycans en tape. Zijn vaders surfboard, vastgesjord aan anderhalve pallet en twee schotjes, ligt omgekeerd garant voor wat hij in gedachten heeft. De diepgang van een Duyfken, gebeden tegen scheurbuik, tuig, bezeilde wind en drijfvermogen. Zijn opgewekte blik en zijn bezittersair – hij opereert als reder, bouwer én als kapitein – bepalen nu zijn doel. De Oost, de ogen van de wereld en een lovend woordje van de Compagnie van Verre, Madoera’s kille massamoord.