Aan de kunstwacht
.
Voordat het concept kunst in het denken van mensen kon worden onderscheiden en geïsoleerd werkten in het verleden reeds de psychologische mechanismen waardoor mensen kunst konden gebruikten voor de creatie van hun diensten aan de goden. Literatuur, muziek en beeldende kunst hebben de godsdiensten geschapen, niet andersom. In onze tijd, waarin bewustwording van kunst en psychologie aan de orde is, blijven godsdiensten niet zelden onbewust van deze kennis, en blijken godsdienstige mensen buitengewoon kwetsbaar voor iedere vorm van benadering of aanraking van hun godsdienst door de kunst. Vooral monotheïstische godsdiensten hebben tegenwoordig kunstwachten, ijveraars die menen dat de levende kunst een bedreiging voor hen is, en die bereid zijn hun nek uit te steken wanneer er een kunstwerk opduikt dat verwijst naar, maar afwijkt ván de gangbare godsdienstige vormen. De godsdienst waant zich bijvoorbeeld gekwetst, en wil excuus, vergelding of eist verwijdering van het kunstwerk. De kunst behoort hier natuurlijk op koninklijke wijze boven te staan, en stand te houden. De kunst kan immers niet onder het gesternte van haar revolutie uitkomen. Overigens ook de godsdiensten niet, en willen zij uiteindelijk volwassen worden dan zullen ze zich ervan bewust moeten zijn dat de kunst hen heeft voortgebracht en nog altijd verder draagt. Gods dienst aan mensen gaat nooit zonder mensendienst aan goden, gaat niet zonder kunstwerken, niet zonder de vrije kunst.