Maartse haas


‘A Mad Tea-party’ is misschien wel het mooiste verhaal uit Alice in Wonderland. Het beschrijft hoe Alice, na allerlei avonturen, een maartse haas en een hoedenmaker tegenkomt die aan een tafel vol theekopjes zitten thee te drinken. Ze schuift aan maar merkt dat de twee daar niet van zijn gediend. Ze wordt venijnig afgezeken.
De ‘March hare’ en de ‘hatter’ blijken rare lui. Onvriendelijk maar ook een beetje meelijwekkend. De haas is in maart gek geworden, vertelt de hoedenmaker, maar eigenlijk zegt hij zelf de vreemdste dingen. Hij heeft moeilijkheden met de Tijd en zijn horloge geeft alleen de dagen aan. Later zal hij nog een stuk uit zijn kopje bijten. Geleerden uit bijna alle disciplines hebben het verhaal geanalyseerd. Zelfs zijn er aanwijzingen verschenen voor de vertaling ervan want het is meer dan Brits. Wij hier op het continent zijn niet vertrouwd met maartse hazen en krankzinnige hoedenmakers.
In Engeland was de ‘mad hatter’ al een begrip vóór ‘Alice’ in 1865 verscheen. De uitdrukking ‘mad as a hatter’ duikt al op in 1829 meldt internet. Of er toen echt herkenbare krankzinnigheid voorkwam onder hoedenmakers valt te bezien, maar later is men daarvan overtuigd geraakt.
Eeuwenlang gebruikten hoedenmakers kwiknitraat (kwik opgelost in salpeterzuur) bij de vervaardiging van vilten hoeden uit konijnen- en hazenpelzen. Kwik is uitermate giftig. De hoedenindustrie was omvangrijk en het kwikgebruik navenant. Het bleef niet onopgemerkt dat de omgang met warme oplossingen van kwikzout de gezondheid aantastte. Al rond 1780 is een prijs uitgeloofd voor de persoon die een substituut voor het kwik zou vinden.
Zoals dat wel moest gaan in een tijd zonder databanken zijn de gevaren van kwik geregeld vergeten en opnieuw beschreven. Nog in 1951 meent The Modern Language Review een mooie primeur te hebben met de suggestie dat de veronderstelde gekheid van ‘mad hatters’ samenhing met een hoge kwikbelasting. Twintig jaar eerder waren in de VS complete campagnes gevoerd om kwikgebruik in de hoedenindustrie verboden te krijgen. De gestoorde hoedenmaker uit ‘Alice’ werd als beroemdste slachtoffer opgevoerd. Ten onrechte trouwens, vond de British Medical Journal in 1983. Het gedrag van Alice’s mad hatter heeft niets gemeen met de echte symptomen van kwikvergiftiging.
De beroepsziekte van hoedenmakers is alleen in Engeland spreekwoordelijk geworden. Nog vreemder is dat ook de maartse haas alleen in Engeland een begrip is, zelfs een oeroud begrip, teruggaand tot aan de middeleeuwen. De ‘March hare’ verwijst naar de periode in het voorjaar waarin opgewonden hazen woeste achtervolgingen en fanatieke vechtpartijen (het zogenoemde boksen) laten zien. Die zijn ons op het continent ook niet ontgaan, maar we hebben er nooit een toestand van gemaakt. De negentiende-eeuwse Brehms Tierleben, uitputtend gedetailleerd over hazen, noemt het ‘Kreislaufen’ en ‘Kegelschlagen’ slechts in een bijzinnetje. De Osterhase krijgt een beurt, maar geen woord over de Märzhase. Een ‘lièvre de Mars’ in Frankrijk? Alleen in Alice-vertalingen.

geknipt uit: NRC.nl  (Karel Knip, 2017)