Donsen


DONSEN



Met mijn twee gezichten

zit ik in een gedicht en

daar telefoneert mijn achterhoofd

met mijn beide oren,

over wat ik heb verloren

en mij toch zo had beloofd.

Nu moet mijn voorhoofd wel fronsen

om wat ik niet meer kwam na.

Warmte van duizendwekige dijen donsen

voorbij en ik zucht niet eens meer: sta.



Ode aan witten - Pierre Kemp, De incomplete luisteraar 22