Laat hem


Laat hem het jaagpad voor de rampenstrijders, zijn koddig loopje tot het kamp. Laat hem zich dagelijks het schompes hollen, overdreven stampen in de kou. Ik wacht wel tot hij z'n bekomst heeft van dat joggen, mijn riem inlevert en terugverlangt naar huis. Laat hem maar uitgelaten rennen springen trimmen draven. Hij is mij toch de baas.