Geen spoor


Nog niet verstrooid en opgeschroefd
als plaatje. Geen naam om te verhangen,
stof door wind ontaard. Maar als het is,

vandaag of later, laat mij dan niet
nog machinaal gefreesd en opgeklopt
aan stijve nagels verder sterven

tot hardsteen breekt. Genot verlaat het
rookkanaal als eerste, mijn ziel vervliegt
met naam en jaar, het lijf blijft niet ten achter.

Geen spoor waar het niet nagelaten is
bij tijdelijk verblijf. Wie zich mij toch
herinnert zij nalatigheid bespaard.