Wegduiken


‘Zeker als ik niet -, maar ik heb het ook wel eens als ik wel toonbaar ben: in de supermarkt geen zin in een babbeltje. Helemaal geen zin in vragen, in een gesprekje of sowieso in aardig doen. Te meer als ik de persoon in kwestie niet goed ken. Of, en dat is nog veel erger, als het iemand is aan wie ik iets verschuldigd ben. Dan duik ik weg. Of ik doe net of ik met mijn hoofd iets in mijn mandje zoek. - Ik heb het ook wel eens, als ik een bekende zie op straat. Dat ik dan niet weet of we elkaar iets te zeggen hebben. Dan ben ik soms net toevallig even heel druk bezig met mijn werk. Ik ben denk ik, zelfs in staat net te doen of ik het niet ben, en als ik toch aangesproken word als een Kasper Hauzer scheel voor me uit te mompelen; „Ein solcher Reiter möchte ich werden, wie mein Vater gewesen ist.“ Hoe raar is dat? Normaal ben ik toch heel sociaal…’