Tweestrijd


Hem volgen of voor even vrij zijn. Mijn aarzeling betreft de houding van de man. Zijn wil bepaalt mijn gang, zijn vastberadenheid mijn schreden. Ten diepste ben ik slaaf of kind. Gevangen in gemak van meedoen, etenstijd en aandacht, met stille dreiging van verlies van al. Maar telkens is daar ook mijn wankelmoedigheid, mijn trots, mijn andere natuur, de wereld die ik misloop, de dooie kans die ik laat gaan.