Herenstraat


De heer is onzacht van zijn troon gestoten, zijn zetel opgeheven, plaats vergaan. Een ambt bekleedt de heer niet langer, zijn pluche heeft plaatsgemaakt voor steen. De heer heeft zijn termijn niet tot het einde uitgezeten, zijn zaakje lag al vroeg op straat. Op medelijden vroeg de bofkont niet te zitten: de heer is waarlijk opgestaan.