De getallen


Ik staar naar jullie, o getallen,

En jullie lijken me gekleed als dieren, in hun huiden,

Met de hand leunend op ontwortelde eiken.

Jullie schenken eenheid tussen de slangachtige beweging

Van de ruggengraat van het heelal en de dans van het juk,

Jullie staan toe de eeuwen te begrijpen, als tanden van een snelle lach.

Mijn ogen zijn nu, als van een profeet, wijd opengesperd.

Om te weten te komen wat Ik zal zijn, wanneer mijn deeltal 1 is.


(Velimir Chlebnikov, 1912)