Zo binnen handbereik


Weer zullen achterhaalde gewoonten, oude vooroordelen, de vestiging van de Republiek der Gelijken in de weg staan. Het verwezenlijken van werkelijke gelijkheid, de enige die beantwoordt aan alle behoeften zonder slachtoffers te maken, niet ten koste gaat van offers, zal aanvankelijk niet iedereen aanstaan. De egoïst, de eerzuchtige zal sidderen van woede. Degenen die iets onrechtmatig in bezit hebben, zullen onrecht! schreeuwen. Dan zullen kostbare genietingen, individuele pleziertjes, hevig berouw veroorzaken bij sommige individuen die afgestompt zijn voor het leed van anderen. De bewonderaars van absolute macht, de vuige handlangers van een bewind van willekeur, zullen met moeite hun hoge heren doen buigen tot het peil van werkelijke gelijkheid. Met moeite zal hun kortzichtige blik kunnen doordringen tot de op handen zijnde toekomst van gemeenschappelijk geluk; maar wat vermogen een paar duizend ontevredenen tegen een enorme menigte gelukkige mensen, die zich erover verwonderen dat ze zolang op zoek zijn geweest naar het geluk dat zo binnen handbereik lag? (Gracchus Babeuf, 1869)