Je woorden verslappen me, maken me weerloos. Je hand voelt als weekmaker aan. Je blik geneest jaren van kwelling en pijnen, verzacht als gelukszalf de ziel. Je haren bewegen, je mondhoeken krullen, je glimlach treft doel in mijn maag. - Ach jongen, ik raak je, ik plaag je, ik stuur je. Ach kerel wat sta je daar nou.