Hoogvliegen


Kermisachtige gedachten botsen tegen pasgeverfde muren,
lege dozen en de nieuwe lamp.
Laten we het raam open zetten en wat roepen naar de buren.
We echoën “mooi weer”.

Iemand zingt in bad. 
Beneden komen salamanders uit de grond
en strooien duiven klungelig takjes rond.

Laten we verliefd raken,
De lucht doorklieven in de opperzaal
van onze stadachtige buitenbuurt.

Oh ja,
Mijn fiets moet nog op slot.

Uit de serie: Geen gedicht (nr3)