Objectrelatietheorie


GOUDA - De object-relatietheorie verschaft een verklaringsmodel waarmee het actuele interpersoonlijk functioneren van de cliënt tot op zekere hoogte kan worden begrepen en in verband gebracht met intrapersoonlijke ervaringen en omstandigheden.Zo gaat de objectrelatietheorie van het gegeven uit, dat een jong kind van begin af aan in staat is tot het aangaan van (primitieve) relaties met anderen (objecten). Er is dus al vroeg sprake van een intensieve interactie tussen het jonge kind en zijn omgeving. Objectrelaties ontstaan door identificatie met en introjectie van externe objecten en het kind bouwt zodoende interne representaties van zichzelf en anderen. Deze representaties zijn schematische voorstellingen met een cognitieve en affectieve component en variëren van primitief, niet passend bij de realiteit, tot betrekkelijk realistisch en gezond. In 'gezondere', rijpere individuen zijn de representaties geïntegreerd en samenhangend, maar clienten met een delictgedrag zouden behept zijn met primitieve, vaak verbrokkelde representaties en met veel wisselende affecten vanwege de negatieve kwaliteit van de relatie met de affectief, pedagogisch verwaarlozende ouder(s).(M. de Haas, 2005)