Het succesvolle initiatief vindt zijn eerste bewuste wortel in de geest van één man die uit noodzaak een vraag stelt, een intense vraag naar een goed idee. De vraag wordt in gedachten gesteld, dus niet uitgesproken. Er komt dan ook geen antwoord. Niet direct in ieder geval, maar de oerscène van de vraag naar het goede idee begint zich in handelingen te herhalen, en neemt daarbij ieder keer een andere vorm aan. De kunstenaar assembleert uit een op straat gevonden stukje verfrommeld, dun ijzerdraad en een klein, intens rood bolletje stof een object, en noemt het ’het goede idee’. Het goede idee, in aanvang een vraag maar daarna verheven tot naam, valt op. Het object wordt in een decor gefotografeerd vanuit een laag standpunt, waardoor het monumentaal lijkt. Daarna volgen andere foto’s in andere decors, met andere objecten. Niet alleen het object maar ook de foto’s ervan vallen op, het perspectief biedt mogelijkheden, en niet alleen voor de kunstenaar zelf maar ook voor andere kunstenaars met een goed idee. De vraag naar een goed idee blijkt langzaam het goede idee zelf te zijn. Meerdere mensen doen na verloop van tijd mee. Door de benoeming van de wens groeit het initiatief op spontane wijze, zonder rigide organisatie van bovenaf, in een proces met weinig teleurstellingen, uit tot een succes. Het goede idee functioneert nu in het licht. Het is geen gepland werk, niemand gaf er opdracht toe, en er wordt niets aan verdiend.
http://kb.g2u.nl/