De onbekende


wij kwamen saam in onze overvolle kerken / om er het feest te vieren van het goddelijk licht / er straalde vrede af en rust van elk gezicht / en van de dagelijkse sleur was niets te merken / / terwijl wij zongen de van ouds vertrouwde zangen / van stille nacht en van de herders op het veld / heeft een politieman op z'n bureau gemeld / in het en-en park heeft zich iemand opgehangen / / signalement normaal postuur en gaaf van leden / gewoon een mens als u en ik en iedereen / misschien alleen maar onuitsprekelijk alleen / zonder geloof aan God aan engelen en vrede / / hij heeft misschien nog wel de klokken horen zingen / hij heeft misschien nog wel een poosje stil gestaan / toen hij de mensen door de heilige nacht zag gaan / waren dat allemaal voor hem slechts vreemdelingen / / want in de wereld is maar weinig te bespeuren / van de aanwezigheid van het koninkrijk van God / daarom wordt Jezus steeds geboren in een grot / terwijl wij zingen achter stijf gesloten deuren (Jules de Corte, 1952)