Voor de show
Nichten van Dickens en zusters
van liefde schreden in de regen
van kerk naar kerk, in keurslijf
geregen, illuster gekapt en gekorset,
teneinde wat overbleef aan stijfheid
schuchter en ijl samen te vlechten
tot gebed. Om sterren en sneeuw en
snoertjes licht, om bellen en sleden,
de mikmak van kaarsen en stallen,
een kindje in fijnstof van stro.
Om het ho ho van baardige kerels
steil heupwiegend voor de show.