Hogere tonen


‘De verstedelijking heeft een grote invloed op heel wat vogelsoorten. Stadslawaai belemmert de zang, die voor vogels essentieel is om het territorium af te bakenen. Maar ook voor de voortplanting: met de zang trekken ze namelijk een partner aan. Uit onderzoek blijkt dat verschillende vogelsoorten zich aanpassen aan het stadsleven, bijvoorbeeld door luider en hoger te zingen. Geluidspollutie is van een heel ander type dan de geluiden in de natuur. Er is voornamelijk een verschil in toonhoogte tussen beiden. In de stad horen we vooral lage tonen, zoals het verkeer. Om die te overstemmen moeten vogels hoger en luider zingen. Koolmezen doen het goed in de stad en beschikken over een zeer uitgebreid zangrepertoire. In een luide omgeving zingen ze de liedjes met de hogere tonen. Steeds vaker wordt ook opgemerkt dat vogels in de stad hun repertoire uitbreiden door het nabootsen van stadgeluiden, zoals sirenes of zelfs beltonen van gsm’s.’