Als het wonder werkelijk het liefste kind van het geloof is, dan heeft het geloof zijn vaderplichten, minstens sinds enige tijd, ernstig verzaakt. Minstens sinds honderd jaar is het kind voor de verzorgster die door de vader is aangesteld, de theologie, één grote verlegenheid geweest, waarvan ze zich maar al te graag op de een of andere manier had ontdaan, als niet – tja, als niet een zeker respect voor de vader zulks bij zijn leven zou hebben verhinderd. Maar komt de tijd, komt raad. De oude baas kan niet eeuwig leven. En dan zal de verzorgster weten, wat ze doen moet met het arme wurm, dat op eigen kracht leven noch sterven kan. De voorbereidingen heeft ze al getroffen. (Franz Rosenzweig, 1921)