De broer van
Zelf zat hij er niet mee dat hij al die jaren in zijn schaduw stond. Voor de band met zijn broer maakte het niks uit. Maar voor de buitenwereld was hij altijd ‘de broer van’. Daar leerde hij mee omgaan. Gelukkig kende hij geen jaloezie. Hij was nuchter, en hield er geen bijzondere gedachten op na. Hij had gewoon niet zo’n passie, en was al gauw tevreden. Als mensen hem vroegen of hij ‘de broer van’ was bevestigde noch ontkende hij. Zwijgend verborg hij de lippen onder zijn machtige snor, dan kwam soms een twinkeling in zijn ogen. Zo leek hij nog het meest.