Besmuikt
Besmuikt laat ik mijn Keesje uit de steegjes
en de achterpoort voorzien in zijn behoefte
zoals hij in de mijne straks na ons verstoppen
in de sloppen op het stille uur laat zijn gebak
zich rapen het tasten in zijn lichaamswarm
gevoeg blijft ongemakkelijk maar niet beboet
het heeft te zijn dit warme dierenleed het moet
bij zacht hoort zuur een plasje op de schutting
is tot daar hoe vuil hij kijkt - bescheten buur.