Halszaak
Gedachten warrig, haar verwaaid,
probeer ik me je toe te keren, het gat
te zien waar ons bestaan om draait.
Gehinderd in mijn waan en nauw
verwurgd door rukken aan de dieren-
riem, verhardt mijn wil. Hoe langer
wij op strakgespannen voet verkeren,
hoe meer ik voel voor openlijke strijd.
Mijn levensadem, huis en mand zet ik
aamborstig op het spel. Haat wordt
de baas. Dat eeuwige gemekker over
zuiverheid, dat ras- en standsverschil!