Als zuilen


'Oh langueo!' riep ik, en 'Causam languoris video nec caveo!' want haar lippen wasemden een rozengeur uit, en welgevormd waren haar voeten in de sandalen, en haar benen waren als zuilen, en als zuilen de ronding van haar heupen, door kunstenaarshand gevormd. O liefde, dochter van lusten, een koning is in uw netten verstrikt, prevelde ik voor me heen [...] (Umberto Eco, 1980)