Per koker
Bij een zonsverduistering van laatste meidagen
waarboven hij de wimpel van andermans narrenschip
simpelweg per koker opbaart met een gedroomde
piramide, verticaal vastgepind in boekhoekjes en
bladmuziek, de nageboorte van zijn beddenpoten
tot handvatten – alles van museumwege salonfähig
verklaard -, maak ik mij zorgen over de mysticus,
de maker. De laatste na wat verwarde bewoners
van de Thijsselaan. Zijn maan is afgeplat, zijn
nachtgezichten draaien om geloof en innerlijk gericht.
Eindeloze cirkels beschrijft hij, want schrijven kan-ie.
Ontdenkt hij ooit het duister van zijn witte licht?