4'33' (voor amateurorkest)


‘Het stuk ‘4’33’’’ van John Cage, oorspronkelijk voor piano, gaat nu als volgt: Het orkest neemt plaats en raakt geen van de instrumenten aan gedurende 4 minuten en 33 seconden, verdeeld in drie delen. De dirigent gebruikt een stopwatch, om precies te klokken. In andere woorden: totale stilte in een stuk voor amateurmusici waarbij slechts de niet geënsceneerde omgevingsgeluiden zoals het toegestroomd publiek, schuifelende voeten, het carillon, voorbijrijdende auto's of de wind hoorbaar zijn. In die zin is het aleatorische muziek. Deze performance komt over als een grap, maar is als zodanig allerminst bedoeld door de componist. Cage plaatst zich met dit stuk in de traditie van de Oosterse filosofie: de intentie van de componist is van geen belang en muziek als puur klank is gelijkgeschakeld aan het leven. Door deze "compositie" herdefinieert de componist stilte als een afwezigheid van intentioneel geluid of het opheffen van bewustzijn.’