Lieve hemel


De stad was van zuiver goud. De grondstenen van de muren waren versierd met edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuursteen, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist. De twaalf stadspoorten waren parels, elke poort een parel. De gouden straten schitterden als glas. (Apostel Johannes, ca. 50 na Christus)