Die nog wachten


Aan de overkant verkeren
onder indruk van het staal
de gedweeën die nog wachten,
die de stadse taal niet spreken,
die nog weten hoe het hoort.

Aan de overkant parkeren
zij die nachtenlang gereden
hebben, ogen veraf starend
over land en ballingsoord.
Aan de overkant ontberen

zij de zwier en het vrijpostig
steedse van gewenning aan
het tuig. Aan de overkant
is rood riskeren, dood verachten,
bijna uitgelokte moord.