Als een ketter


Hier flik ik Coornherts kunstje ter wille van mijn vrouw
die mij als macho stadstripper gebronsd wil vastleggen
in het rattennest ende den dreckwagen van alle ketterijen.

Hang ik onthand met mijn tot penisknop geknotte trui
terwijl mijn lief de pui onwennig hardop voorleest,
mijn plastic zak bewaakt, Salomons moraal m' ontgaat.

Rechtvaardigheyd totten menschen is nodigh ende nut,
kut, kroegslet, vergrijp ik mij aan de betraliede vleeshal 
in ’t proces van het ketterdooden met brandende sigaret.