Verlegenheid


Het schip van je gedachten heeft te veel diepgang om ermee op de wateren van deze vriendelijke, fatsoenlijke, voorkomende mensen te kunnen varen. Er zijn daar te veel ondiepten en zandbanken; je zou moeten draaien en keren en voortdurend in verlegenheid zijn, en ook zij zouden al spoedig in verlegenheid raken - over jouw verlegenheid, waarvan zij de oorzaak niet kunnen raden. (Friedrich Nietzsche, 1886)