Als een palm


Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk, liefde en verrukking, dat ben jij. Als een palm is je gestalte, je borsten zijn als druiventrossen. Ik dacht: Laat ik die palm beklimmen, ik wil zijn bladeren grijpen. Laten jouw borsten als trossen van de wijnstok zijn, je adem als de geur van appels, je tong als zoete wijn waarin mijn kussen baden, mijn lippen en tanden gedompeld zijn. (bijbelboek Hooglied, z.j.)