Dit doek


Veel te warm nu, het surreële op straat. Ik ga naar huis, kleed me in wit linnen en pak de penselen uit. Ik kocht de fijnste van de stad, het stevigste spanraam. Door muren zal ik mij heen schilderen. Eerst heel dun gezichten opzetten. Daar dwars overheen wazige landschappen, waarin ik figuren opneem. Later komen dan kleurschaduwen, die zich verdichten tot achterhoofden, ruggen, hielen. Ik kijk door ogen die ik zie. Misschien word ik zelf geschilderd door een gestalte die kan zien wat achter hem is. Misschien poseer ik en houdt iemand achter mij dit doek omhoog.