Snelverkeer


Ik zet nog graag flink de pas er in. Gelukkig sta ik stevig op mijn benen. Mijn tas houd ik onder mijn vest strak tegen me aan, die pikken ze niet. De wandelplu voor het gedonder wordt. Nee, jij daar achter me, je kunt bellen wat je wilt, maar ik wijk niet van mijn pad. Jullie moeten niet denken dat jullie mij zomaar aan de kant kunnen zetten. Bovendien ben ik snelverkeer hier, gerekend naar de tijd die ik nog mag verwachten. Jullie met je zeeën van tijd, die worden verkwist. Maar boven de zestig wordt het leven pas echt wat. Steeds minder hoef je van je plaats, en steeds vaker zul je zien dat de dingen naar te toe vallen. Tenminste, als je het goed hebt gedaan. Als je na je tijd nog achter de dingen aan blijft gaan, dan heb je in je leven wat verkeerd gedaan.