Dikwijls schijn


Of deze stad een vloek of zegen wacht kan ik u niet vertellen. Of tekenen van hoop zich voordoen of van komend ongeluk, wie ben ik om zulks te bepalen. Ik schenk geen serieus geloof aan glazen bol of profetie. Ik weet alleen dat licht de duisternis versterken kan en andersom. Dat het contrasten zijn die een dramatisch vergezicht onthullen. Dat antithese scherper dan een braaf of lieflijk resumé de zinnen slijpt. En dat de spanning dikwijls schijn is.