De fysiologie van angst en vertrouwen


Een verduisterde expositiezaal. In een hoek een kinderbureau met daarop een exemplaar van ‘De jacht op de Strok’ van Lewis Caroll, een fles rode inkt, pen, papier, en het boek ‘Messengers of reception‘ van Jacques Vallée. Boven het bureau een gaslamp met een touw waaraan een hamer vast zit. In de tegenovergestelde hoek op de grond een lijst met daarin een verpletterde hoed, overdekt met spinnenwebben. Op een krukje in het midden van de zaal een cassetterecorder met een ingesproken boodschap. Vervolgens drie mensen die deelnemen aan deze installatie. Slechts één betreedt daadwerkelijk de zaal. Hij krijgt een uitgetypt vel papier met de volgende instructies: 1) Neem plaats achter het kinderbureau en lees aandachtig enkele pagina’s uit het boek van Lewis Caroll. 2) Schrijf de eerste alinea van het voorwoord over. 3) Noteer van het tweede boek alleen de naam van de auteur en de titel. 4) Knoop de hamer los van de gaslamp, en bestudeer de hamer aandachtig. 5) Beluister de boodschap op het cassettebandje [“Dit is het oudste gebouw van de stad. Het is helemaal van hout. Het gebouw is zwaar verzekerd wegens het gevaar van brand. De bovenverdieping wordt leeg gelaten voor het geval er werkelijk brand uitbreekt.”]. De tweede deelnemer krijgt alleen een lijst met achtendertig steekwoorden waarvan er veertien relevant zijn voor de inrichting van de zaal. De derde deelnemer krijgt geen enkele aanwijzing over de inrichting. Alle drie de deelnemers krijgen de opdracht een verslag te schrijven van de expositie. Titel: 'De fysiologie van angst en vertrouwen'. Eén deelnemer kan steunen op werkelijke herinneringen, één op een lijst met achtendertig steekwoorden, en één is aangewezen op de opgegeven titel, en op zijn fantasie. Hoe maakt vervolgens een onwetend publiek uit welke van de drie deelnemers de waarheid spreekt en welke twee er maar wat verzinnen?