| toon 1 reactie
Het zwieren van haar jonge rok is mij een hemels dansen. Zij is de engel, ik de sterveling. Mijn volle buik voelt leeg van al dit draaien. Zij kraait en maakt nog extra vaart. Ik weet niet hoe ik haar kan stoppen. Zij maakt mij licht vanbinnen, klam en zwetend aan de buitenkant. Straks stijg ik op en zie ik stralenkransen, zal ik mij klampen aan haar rok, krampachtig aan haar kleren naar de hoogste atmosfeer, het licht der zon toe zweven. Ze wil nog harder, eeuwig door. Maar ik, ik moet eraf. Stop asjeblieft, ik durf niet meer.