Helemaal verloren


De stugge zeedijk die de stad omwalt, de weke delen in haar stratenlijf met een te strakke riem omhult, dient meestentijds als toegang tot wat industrie en buitendijks bedreven leven. Geen vloedgolf beukt zijn waterkant, geen rat graaft gangen in zijn met basalt verzwaard talud. Zijn deltahoogte is bereikt, een stormvloedkering verderop maakt hem haast overbodig. Op zondagavond ligt het logge ding al helemaal verloren. Geen Gouwenaar die schoonheid zoekt in glanzend asfalt of verstokt het laatste restje licht nabij de watertoren laat vergrijzen.