Namen


De oude wijzen stootten kreten uit die (de geluiden van) Hemel en Aarde nabootsten en die benamingen werden genoemd. Als zij bevelen gaven, uitten zij klanken die namen werden genoemd. Daarom kunnen namen worden omschreven als geluiden geuit om bevelen te geven, terwijl benamingen omschreven kunnen worden als kreten voortgebracht als nabootsing. Kreten voortgebracht als nabootsing van Hemel en Aarde vormen benamingen; klanken geuit om bevelen te geven vormen namen. Namen en benamingen worden verschillend uitgesproken, maar hebben dezelfde oorsprong in zoverre zij alle uit klanken en kreten bestaan die worden geuit om de bedoeling van de Hemel kenbaar te maken. De Hemel spreekt niet en toch stelt hij de mens in staat zich te gedragen in overeenstemming met de gulden middenweg. Namen vormen daarom de bedoeling van de Hemel zoals die ontdekt is door de wijzen en als zodanig dienen zij diepgaand te worden bestudeerd. (Tung Chung-shu, 179?-104? voor Chr.)