Aan vandaag


De warmte hing in de huizen als een niet te verdrijven koek die zich aan je vastklampte en je zwaar maakte bij elke beweging.
We hielden de gordijnen dicht. Mussen vielen dood uit de dakgoot..
We aten gedroogde vissen zo uit de sloot.
We brandden onze handen aan het gras.
s'nachts kwamen we tot leven en zwierven als ratten langs
stinkende straten op zoek naar zoutjes en vocht.
De wijzers van de torenklok smolten en gaven een andere tijd aan.
Bomen lieten hun bladeren vallen alsof het herfst was.
We lagen wakker en werden ongezeglijk.
Sommigen kwamen het bed niet meer uit. Dat was gisteren..
Groeten van morgen.