Bij de pinken (2)


‘Bij de pinken zijn betekent 'slim en handig zijn', 'gevat en snel van begrip zijn'. Vroeg bij de pinken zijn betekent: 'vroeg wakker zijn', 'al vroeg alert zijn'. Pinken gaat hier waarschijnlijk terug op Pinke, een woord uit het Rotwelsch dat 'geld' betekende. Het Rotwelsch is een geheimtaal die in de Middeleeuwen door dieven en landlopers in Duitsland werd gesproken, vergelijkbaar met het Bargoens in Nederland. Bij de pinken zijn kwam mogelijk via het Bargoens in het Nederlands terecht; pink betekende in het Bargoens 'geldzak'. Oorspronkelijk betekende bij de pinken zijn 'goed op je geld passen, zuinig zijn'; die betekenis is in sommige dialecten nog steeds gangbaar. Volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) is de uitdrukking bijdehand zijn ('pienter en gevat zijn') mogelijk van invloed geweest op de betekenisontwikkeling van bij de pinken zijn naar 'slim, alert en gevat zijn'.’