Het boze oog


Een van de unheimlichste en wijdst verbreide vormen van bijgeloof is de angst voor het ‘boze oog’, ( ). Over de bron waaruit deze angst put, lijken nooit misverstanden te hebben bestaan. Wie iets bezit dat kostbaar is en toch vergankelijk, is bevreesd voor de afgunst van de anderen, doordat hij op hen de afgunst projecteert die hijzelf in hun plaats zou hebben ervaren. Deze opwellingen verraadt men door zijn oogopslag, ook als men nalaat er verbaal uiting aan te geven. Wanneer nu iemand zich door opvallende en vooral onaangename eigenschappen van de anderen onderscheidt, is men geneigd te geloven dat zijn afgunst een extreme graad van intensiteit zal bereiken en ten slotte deze intensiteit zal omzetten in daden. (Sigmund Freud, 1919)